Poco Più begeeft zich met het nieuwe programma wederom op het pad van de ge-ensceneerde koorzang. In Von Liebe, Lust und Leide komen werken van Brahms, Vaughan Williams en Elgar aan bod, die regisseur Rik Luijmes met ons tot een bijzondere beleving zal maken.
Johannes Brahms (1833-1897) schreef zijn Liebeslieder Walzer opus 52 in 1869. Niet lang daarvoor had hij de uitgave bezorgd van Twintig Landler van Franz Schubert, korte stukken voor piano vierhandig. Schubert had die niet als 1 cyclus geschreven, het waren losse composities uit verschillende jaren. Maar doordat Brahms ze in een bepaalde volgorde zette, werd het geheel meer dan de som der delen. Brahms heeft er lang over gedaan om die volgorde te bepalen. Dit is interessant, want het zegt iets over hoe een componist om kan gaan met de invloed die een voorganger op hem uitoefent. Brahms was in die tijd veel met Schubert bezig omdat zijn uitgever hem had gevraagd mee te helpen bij een nieuwe editie van Schuberts muziek en dus werd hij daar onvermijdelijk door beinvloed. Door de Twintig Landler tot een cyclus te maken, kon Brahms zijn eigen perspectief op die stukken laten zien.
In 1929 ging de opera Sir John In Love van Ralph Vaughan Williams (1872-1958) in premiere. Het stuk is gebaseerd op The Merry Wives of Windsor van Shakespeare, aangevuld met teksten van andere dichters uit die tijd. Sir John Falstaff is een personage dat behalve in The Merry Wives of Windsor ook ten tonele verschijnt in Shakespeares koningsdrama King Henry IV Part 1 en 2. Daarin is hij een verarmde edelman die met zijn opgeblazen praatjes iedereen wil doen blijven geloven in zijn grandeur. In The Merry Wives of Windsor is hij een komische figuur die veel drinkt en achter de vrouwen aanzit. Shakespeare baseerde zijn Falstaff op de historische John Fastolf, een ridder die meevocht in de Slag bij Agincourt tijdens de Honderdjarige Oorlog, maar schandelijk op de vlucht sloeg bij een andere slag. Hij stierf in 1459. Vaughan Williams' opera was geen groot succes. Hij werd en wordt maar zelden uitgevoerd en dat was voor de componist de aanleiding om uit zijn materiaal een cantate samen te stellen: In Windsor Forest. Daarin gaat het dus over de vrolijke rokkenjager en drinkebroer John Falstaff, die door de fairies 'gepincht' wordt, lijkt te gaan trouwen in The Wedding Chorus, maar, zegt de Epiloog, "There is underneath the sun nothing in true earnest done". Vaughan Williams schreef heel beeldende muziek, waarin hij, zoals hij dat veel vaker deed, Engelse volksmuziek citeert.
From the Bavarian Highlands van Sir Edward Elgar (1857-1934) zou je kunnen omschrijven als zelfverzonnen volksmuziek. Waar Brahms zich baseert op bestaande volksliederen en Vaughan Williams die in zijn partituur verwerkt, hebben we die van Elgar te danken aan een vakantie die hij en zijn vrouw Alice in 1894 nabij Garmisch doorbrachten. Alice schreef zes gedichten waarin ze haar indrukken van het Beierse landschap en zijn bewoners weergaf. De ondertitels van de gedichten, zoals bij The Dance (Sonnenbichl), verwijzen naar favoriete plekken waar het echtpaar tijdens hun wandelingen kwam. Na terugkeer in Engeland begon Elgar er direct mee om de teksten van zijn vrouw op muziek te zetten. Het werk was meteen een groot succes. Wij zingen de eerste drie delen uit deze cyclus.
Er zullen drie concerten worden gegeven. Lokatie:Kapel onder de Bogen, Parklaan 273, Groesbeek (terrein Dekkerswald) op zaterdag 24 mei om 20.00 uur en zondag 25 mei 2025 om 14.30 uur en om 17.00 uur. U kunt hier uw plaats reserveren.